ECLI:NL:RVS:2024:1277
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vergunning uitbreiding bedrijfspand ondanks aantasting molenbiotoop in Asten
Het college van burgemeester en wethouders van Asten verleende omgevingsvergunningen voor de uitbreiding van twee bedrijfspanden nabij de molen "De Oostenwind", een rijksmonument. Appellant sub 1, eigenaar van de molen, maakte bezwaar tegen deze besluiten vanwege de mogelijke aantasting van de windvang van de molen, beschermd door de molenbiotoopformule in het bestemmingsplan.
De rechtbank oordeelde dat de vergunningen terecht waren verleend, mede op basis van een rapport van Peutz dat een beperkte belemmering van de windvang berekende. Appellant sub 2 stelde incidenteel beroep in over de ontvankelijkheid van het beroep van appellant sub 1, dat door de Raad van State werd verworpen omdat het college niet aannemelijk had gemaakt dat het besluit op bezwaar tijdig was verzonden.
Inhoudelijk stelde appellant sub 1 dat de rechtbank onvoldoende rekening had gehouden met een ander rapport dat een grotere negatieve invloed op de molen aangaf. De Afdeling bestuursrechtspraak stelde echter vast dat het college beleidsruimte heeft om af te wijken van de molenbiotoopformule mits advies is gevraagd en dat het rapport van Peutz zorgvuldig en gemotiveerd was. De nadelige gevolgen van de vergunning werden niet als onevenredig beoordeeld.
De Raad van State bevestigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het hoger beroep en het incidenteel hoger beroep ongegrond. Het college hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de vergunningverlening voor de uitbreiding van het bedrijfspand ondanks de beperkte aantasting van de windvang van de molen.