ECLI:NL:RVS:2024:1158
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid beroep tegen besluit lichte toets kinderopvangtoeslag
Appellante heeft zich aangemeld voor een herbeoordeling van haar kinderopvangtoeslag in het kader van de Wet hersteloperatie toeslagen. De Belastingdienst/Toeslagen heeft bij besluit van 1 mei 2021 vastgesteld dat de lichte toets geen aanleiding gaf tot directe uitkering van € 30.000,00 (de Catshuisregeling). Appellante stelde de dienst in gebreke wegens het uitblijven van een besluit over de herbeoordeling, maar de dienst stelde dat het besluit van 1 mei 2021 reeds was genomen en aan haar gemachtigde was verzonden.
Appellante maakte bezwaar tegen het besluit van 4 april 2022 waarin de dienst haar niet in gebreke stelde en het verzoek om een dwangsom niet in behandeling nam. De rechtbank verklaarde het beroep niet-ontvankelijk omdat het besluit van 1 mei 2021 onomstotelijk aan appellante was gericht, mede doordat het naar haar gemachtigde was gestuurd en haar naam en burgerservicenummer in het besluit stonden.
In hoger beroep voerde appellante aan dat het besluit niet aan haar was gericht omdat haar naam niet als adressant op het besluit stond, ondanks verzending aan haar gemachtigde. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de Belastingdienst/Toeslagen terecht had beslist over de lichte toets en het verzoek om een dwangsom niet hoefde te behandelen. De gronden van appellante waren onvoldoende om het oordeel van de rechtbank te weerleggen. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.