ECLI:NL:RVS:2024:1130
Raad van State
- Hoger beroep
- J. Gundelach
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing handhavingsverzoeken tegen horecagelegenheid en terras in strijd met bestemmingsplan
Het college van burgemeester en wethouders van Dinkelland wees drie handhavingsverzoeken van appellante af betreffende een terras en verbouwing van een horecagelegenheid op twee percelen te Deurningen. Appellante stelde dat het gebruik van het terras en de verbouwing in strijd waren met het bestemmingsplan en dat het college ten onrechte niet tijdig had beslist, waardoor dwangsommen zouden zijn verbeurd.
De Afdeling bestuursrechtspraak overwoog dat de verzoeken om handhaving vóór de inwerkingtreding van de Omgevingswet waren ingediend, zodat de oude Wabo-regels van toepassing zijn. Het college had een omgevingsvergunning verleend voor het terras en de verbouwing, en de Omgevingsdienst Twente had vastgesteld dat aan de geluidseisen werd voldaan. Het terras was onverwarmd en onoverdekt, waardoor geluid van personen niet werd meegeteld in de geluidsnormen. Appellante mocht haar beroepsgrond over de grootte van het terras niet voor het eerst in hoger beroep aanvoeren.
Ten aanzien van de vermeende niet-tijdige besluitvorming oordeelde de Afdeling dat de beslistermijnen door overmacht wegens de coronapandemie waren opgeschort. Het college had dit tijdig meegedeeld en na versoepeling van maatregelen de besluiten binnen een redelijke termijn genomen. De ingebrekestellingen van appellante waren prematuur en dwangsommen niet verschuldigd. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de handhavingsverzoeken bevestigd.