ECLI:NL:RVS:2024:113
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke handhaving tegen gebruik bedrijfswoning in strijd met bestemmingsplan
Het college van burgemeester en wethouders van Aalsmeer legde op 12 maart 2021 een last onder dwangsom op aan de eigenaar van een perceel vanwege het gebruik van een pand als bedrijfswoning, wat in strijd is met het bestemmingsplan "Hornmeer". De eigenaar betoogde dat het gebruik was vergund op basis van een bouwvergunning uit 1973 en dat hij een beroep kon doen op overgangsrecht.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waarna de eigenaar hoger beroep instelde bij de Raad van State. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de bouwvergunning uit 1973 geen zelfstandige betekenis heeft voor het gebruik na inwerkingtreding van het nieuwe bestemmingsplan en dat de eigenaar niet aannemelijk heeft gemaakt dat het gebruik onder het overgangsrecht valt.
Verder werd geoordeeld dat het college bevoegd is tot handhaving en dat er geen bijzondere omstandigheden zijn die handhavend optreden in de weg staan. Het belang van handhaving en het voorkomen van precedentwerking wegen zwaarder dan het belang van de eigenaar. Het hoger beroep wordt daarom ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de handhaving tegen het gebruik van het pand als bedrijfswoning bevestigd.