ECLI:NL:RVS:2024:1092
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- J. Schipper-Spanninga
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitvoering uitspraak rechtbank inzake machtiging voorlopig verblijf vreemdeling
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 18 december 2020 een aanvraag van een vreemdeling om een machtiging tot voorlopig verblijf af. Na bezwaar verklaarde de staatssecretaris dit besluit op 18 oktober 2022 opnieuw ongegrond. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling op 19 december 2023 gegrond, vernietigde het besluit en bepaalde dat de staatssecretaris een nieuw besluit moet nemen.
De staatssecretaris stelde hiertegen hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en verzocht om een voorlopige voorziening zodat hij de uitspraak van de rechtbank niet hoefde uit te voeren zolang het hoger beroep loopt.
De voorzieningenrechter overwoog dat gezien de belangen van beide partijen het passend is de voorlopige voorziening toe te wijzen. Hierdoor hoeft de staatssecretaris de uitspraak van de rechtbank niet uit te voeren totdat de Raad van State over het hoger beroep heeft beslist. Tevens werd bepaald dat de staatssecretaris geen proceskosten hoeft te vergoeden.
Uitkomst: De staatssecretaris hoeft de uitspraak van de rechtbank niet uit te voeren totdat het hoger beroep is beslist.