ECLI:NL:RVS:2024:104
Raad van State
- Hoger beroep
- J. Schipper-Spanninga
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag verblijfsvergunning asiel wegens niet in behandeling nemen
De vreemdeling heeft op 13 oktober 2023 een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft deze aanvraag niet in behandeling genomen. Hiertegen heeft de vreemdeling beroep ingesteld bij de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Arnhem. Op 3 januari 2024 heeft de rechtbank het beroep ongegrond verklaard, een uitspraak die op 11 januari 2024 is gerectificeerd.
De vreemdeling heeft vervolgens hoger beroep ingesteld bij de Raad van State en tevens een verzoek om voorlopige voorziening ingediend. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft het verzoek behandeld en geoordeeld dat het besluit van de staatssecretaris om de aanvraag niet in behandeling te nemen rechtmatig is.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen en het hoger beroep ongegrond verklaard. Hiermee blijft het besluit van de staatssecretaris in stand. De uitspraak is op 16 januari 2024 in het openbaar uitgesproken door voorzieningenrechter J. Schipper-Spanninga.
Uitkomst: Het hoger beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en het besluit om de aanvraag niet in behandeling te nemen blijft gehandhaafd.