ECLI:NL:RVS:2023:999
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens onvoldoende onderbouwing
De vreemdeling uit Somalië verzocht om een verblijfsvergunning asiel, welke door de staatssecretaris op 6 april 2022 werd afgewezen. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, maar de vreemdeling ging in hoger beroep bij de Raad van State.
De Raad van State oordeelde dat de rechtbank onjuist had getoetst of het standpunt van de staatssecretaris, gebaseerd op het ambtsbericht over de belastingheffing door Al Shabaab, voldoende werd ondersteund door de feiten. De grootte van de winkel van de vreemdeling was onduidelijk, waardoor het niet aannemelijk was dat zij geen zakat hoefde te betalen.
Daarnaast was onvoldoende onderbouwd dat de broer van de vreemdeling niet door Al Shabaab was vermoord. Het ziekenhuisrapport en de verklaringen van de vreemdeling stroken met het scenario van een gerichte moord, hetgeen het ambtsbericht bevestigt als een extreme maar mogelijke situatie.
De Raad van State verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde het besluit van 6 april 2022 en de uitspraak van de rechtbank, en beval een nieuw besluit met inachtneming van deze overwegingen. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het besluit tot afwijzing van de verblijfsvergunning asiel wordt vernietigd en de staatssecretaris moet een nieuw besluit nemen.