ECLI:NL:RVS:2023:982
Raad van State
- Mondelinge uitspraak
- Rechtspraak.nl
Beoordeling omgevingsvergunning permanent bewonen recreatiewoning in strijd met bestemmingsplan
Appellante verzocht het college van burgemeester en wethouders van Altena om een omgevingsvergunning voor het permanent bewonen van een recreatiewoning op een perceel in Veen, gelegen binnen een recreatiepark. De aanvraag was in strijd met het bestemmingsplan dat een recreatieve bestemming voorschrijft.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante tegen het niet tijdig bekendmaken van een van rechtswege verleende vergunning ongegrond, omdat niet voldaan was aan de voorwaarden voor het ontstaan van een vergunning van rechtswege. Appellante stelde in hoger beroep dat onderdelen 9 en 10 van artikel 4 van Pro Bijlage II van het Besluit omgevingsrecht (Bor) geen rangorde kennen en dat onderdeel 9 wel van toepassing was.
De Afdeling oordeelde dat het perceel feitelijk buiten de bebouwde kom ligt, gezien de ligging op een landtong in een afgesloten recreatiepark met voornamelijk water en natuur in de omgeving. De rechtbank had terecht geoordeeld dat onderdeel 9 niet van toepassing is en dat de uniforme openbare voorbereidingsprocedure geldt. Hierdoor is geen vergunning van rechtswege ontstaan.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Het college hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.