ECLI:NL:RVS:2023:901
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen uitspraak rechtbank over verblijfsvergunning asiel
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid had op 27 december 2022 besloten een aanvraag van een vreemdeling voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling te nemen. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 28 februari 2023 het beroep gegrond verklaarde, het besluit vernietigde en de staatssecretaris opdroeg een nieuw besluit te nemen.
De staatssecretaris stelde hiertegen hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en verzocht tegelijkertijd om een voorlopige voorziening, waarmee hij wilde bereiken dat de uitspraak van de rechtbank niet uitgevoerd hoeft te worden totdat op het hoger beroep is beslist.
De voorzieningenrechter overwoog dat gelet op de belangen die de staatssecretaris aanvoerde, waaronder de verstrijking van een overdrachtstermijn, geen aanleiding was om een voorlopige voorziening te treffen. Het verzoek werd dan ook afgewezen, zonder dat de staatssecretaris proceskosten hoefde te vergoeden.
De uitspraak werd gedaan door voorzieningenrechter D.A. Verburg op 6 maart 2023.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening werd afgewezen, waardoor de uitspraak van de rechtbank moet worden uitgevoerd.