ECLI:NL:RVS:2023:880

Raad van State

Datum uitspraak
3 maart 2023
Publicatiedatum
3 maart 2023
Zaaknummer
202301104/1/V3
Instantie
Raad van State
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • H.G. Sevenster
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 85 Vw 2000
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid hoger beroep tegen bewaring vreemdeling

De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid stelde de vreemdeling bij besluit van 27 januari 2023 in bewaring. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die dit beroep op 13 februari 2023 ongegrond verklaarde en het verzoek om schadevergoeding afwees.

De vreemdeling stelde vervolgens hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Dit hoger beroep richtte zich echter niet inhoudelijk tegen de uitspraak van de rechtbank, omdat de vreemdeling niet heeft toegelicht waarom de uitspraak onjuist zou zijn.

Op grond van artikel 85 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 kon de Afdeling daardoor geen inhoudelijk oordeel geven en verklaarde het hoger beroep niet-ontvankelijk. Tevens werd bepaald dat de staatssecretaris geen proceskosten hoeft te vergoeden.

De uitspraak werd gedaan door de enkelvoudige kamer van de Afdeling bestuursrechtspraak op 3 maart 2023, waarbij mr. H.G. Sevenster als lid van de kamer en mr. S. Nederhoff als griffier aanwezig waren.

Uitkomst: Het hoger beroep van de vreemdeling tegen de bewaring is niet-ontvankelijk verklaard.

Uitspraak

202301104/1/V3.
Datum uitspraak: 3 maart 2023
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van:
[de vreemdeling],
appellant,
tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Rotterdam, van 13 februari 2023 in zaak nr. NL23.2660 in het geding tussen:
de vreemdeling
en
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid.
Procesverloop
Bij besluit van 27 januari 2023 heeft de staatssecretaris de vreemdeling in bewaring gesteld.
Bij uitspraak van 13 februari 2023 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling, vertegenwoordigd door mr. C.F. Wassenaar, advocaat te Rotterdam, hoger beroep ingesteld.
Overwegingen
1.       Het hoger beroep richt zich niet tegen de uitspraak van de rechtbank. De vreemdeling legt namelijk niet uit waarom de uitspraak van de rechtbank volgens hem niet juist is. Daarom kan de Afdeling geen inhoudelijk oordeel geven over het hoger beroep (artikel 85 van Pro de Vw 2000).
2.       Het hoger beroep is niet-ontvankelijk. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk.
Aldus vastgesteld door mr. H.G. Sevenster, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. S. Nederhoff, griffier.
w.g. Sevenster
lid van de enkelvoudige kamer
w.g. Nederhoff
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 3 maart 2023
918