ECLI:NL:RVS:2023:868
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting vreemdeling in hoger beroep
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 31 januari 2022 de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De rechtbank Den Haag verklaarde het daarop ingestelde beroep van de vreemdeling op 10 januari 2023 ongegrond. De vreemdeling stelde vervolgens hoger beroep in en verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening te treffen.
De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft op 2 maart 2023 besloten dat de vreemdeling niet mag worden uitgezet zolang het hoger beroep loopt. Tevens is bepaald dat de staatssecretaris de proceskosten van de vreemdeling, ter hoogte van € 837,00, moet vergoeden. Dit bedrag betreft kosten voor door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
De beslissing is genomen met toepassing van artikel 8:81 en Pro artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht. De uitspraak werd gedaan door mr. A.W.M. Bijloos, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. E. de Groot, griffier.
Uitkomst: De vreemdeling mag niet worden uitgezet totdat het hoger beroep is beslist en de staatssecretaris moet proceskosten vergoeden.