ECLI:NL:RVS:2023:818
Raad van State
- Hoger beroep
- A. ten Veen
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank over vergunningvrij bouwen bijbehorend bouwwerk in achtererfgebied
De zaak betreft een geschil over de bouw van een bijbehorend bouwwerk zonder omgevingsvergunning op een perceel in Oosterbeek. Het college van burgemeester en wethouders van Renkum weigerde handhavend op te treden tegen het bouwwerk omdat het volgens het Besluit omgevingsrecht vergunningvrij mocht worden gebouwd.
De rechtbank Gelderland oordeelde aanvankelijk dat een klein deel van het bouwwerk buiten het achtererfgebied lag en dat daarom een vergunning nodig was. Het college en appellant sub 2 stelden echter dat het achtererfgebied anders moet worden vastgesteld, namelijk met een verspringing in de lijn die het achtererfgebied bepaalt, aansluitend op de kadastrale grenzen en het openbaar toegankelijk gebied.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat de rechtbank het achtererfgebied onjuist had vastgesteld. Door de juiste bepaling van het achtererfgebied ligt het bouwwerk binnen dit gebied en voldoet het aan de voorwaarden voor vergunningvrij bouwen. De uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd, het beroep van de vereniging wordt ongegrond verklaard en het besluit van het college om niet handhavend op te treden wordt bevestigd.
Daarnaast wordt het besluit van 1 november 2021 vernietigd omdat de grondslag daarvan is komen te vervallen. Het college wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten aan appellant sub 2 en het betaalde griffierecht wordt terugbetaald.
Uitkomst: De Afdeling bestuursrechtspraak vernietigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het beroep van de vereniging ongegrond omdat het bouwwerk vergunningvrij is gebouwd.