ECLI:NL:RVS:2023:787
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting vreemdeling in hoger beroep asielzaak
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 19 juli 2022 de aanvraag van de vreemdeling voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die dit beroep op 31 januari 2023 ongegrond verklaarde. De vreemdeling ging vervolgens in hoger beroep bij de Raad van State en verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter heeft op 27 februari 2023 besloten dat de vreemdeling niet mag worden uitgezet zolang het hoger beroep loopt. Tevens is de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van € 837,00, die verband houden met de beroepsmatige rechtsbijstand van de vreemdeling.
Deze voorlopige voorziening is getroffen op grond van artikel 8:81 en Pro 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht, waarbij de belangen van de vreemdeling in het kader van het asielproces zijn meegewogen. De uitspraak is gedaan in het openbaar en is gericht op het waarborgen van het recht op een eerlijk proces tijdens de beroepsprocedure.
Uitkomst: De vreemdeling mag niet worden uitgezet totdat het hoger beroep is beslist en de staatssecretaris moet de proceskosten vergoeden.