Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RVS:2023:776

Raad van State

Datum uitspraak
17 februari 2023
Publicatiedatum
24 februari 2023
Zaaknummer
202200849/1/V2
Instantie
Raad van State
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 64 Vw 2000Art. 8:54 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid beroep tegen niet tijdig nemen van besluit uitstel van vertrek vreemdeling

De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 11 juni 2018 het verzoek van de vreemdeling om uitstel van vertrek af. Na een bezwaarprocedure verleende de staatssecretaris alsnog uitstel met ingang van 28 mei 2019. De vreemdeling stelde vervolgens beroep in tegen het niet tijdig beslissen op bezwaar. De rechtbank verklaarde dit beroep niet-ontvankelijk, waarop de vreemdeling hoger beroep instelde.

De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelt dat de rechtbank ten onrechte geen uitspraak deed over het beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit, aangezien de vreemdeling dit beroep niet ondubbelzinnig had ingetrokken. Het beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit is van rechtswege ontstaan na het reële besluit van de staatssecretaris.

Echter, de Afdeling verklaart het beroep niet-ontvankelijk wegens gebrek aan belang bij beoordeling, omdat het reële besluit inmiddels is genomen. Tevens had de rechtbank de staatssecretaris moeten veroordelen tot vergoeding van proceskosten die voortvloeien uit het niet tijdig nemen van het besluit. De uitspraak werd gedaan door de enkelvoudige kamer op 17 februari 2023.

Uitkomst: Het beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan belang.

Uitspraak

202200849/1/V2.
Datum uitspraak: 17 februari 2023
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van:
[de vreemdeling],
appellante,
tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Roermond, van 14 januari 2022 in zaak nr. NL21.12143 in het geding tussen:
de vreemdeling
en
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid.
Procesverloop
Bij besluit van 11 juni 2018 heeft de staatssecretaris een aanvraag van de vreemdeling om haar krachtens artikel 64 van Pro de Vw 2000 uitstel van vertrek te verlenen, afgewezen.
Op 23 juli 2021 heeft de vreemdeling beroep ingesteld bij de rechtbank wegens het niet tijdig beslissen op bezwaar.
Bij besluit van 11 augustus 2021 heeft de staatssecretaris het tegen het besluit van 11 juni 2018 door de vreemdeling gemaakte bezwaar gegrond verklaard en haar uitstel van vertrek verleend krachtens artikel 64 van Pro de Vw 2000, met ingang van 28 mei 2019.
Bij uitspraak van 14 januari 2022 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep niet-ontvankelijk verklaard.
Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling, vertegenwoordigd door mr. A.A.W.A. Vissers, advocaat te 's-Hertogenbosch, hoger beroep ingesteld.
De staatssecretaris heeft een nader stuk ingediend.
Overwegingen
Hoger beroep
Proceskosten beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit
3.1.    De rechtbank heeft geen uitspraak gedaan op het beroep gericht tegen het niet tijdig nemen van een besluit op bezwaar. Dat had zij wel moeten doen. De vreemdeling heeft dat beroep immers niet ondubbelzinnig ingetrokken. De rechtbank heeft per brief van 13 augustus 2021 gevraagd of de vreemdeling het beroep gericht tegen het niet tijdig nemen van een besluit handhaaft, gelet op het feit dat de staatssecretaris inmiddels een reëel besluit had genomen. De vreemdeling heeft geantwoord dat haar beroep gehandhaafd blijft en dat het zich ‘richt tegen de beslissing’. Het beroep gericht tegen het reële besluit is van rechtswege ontstaan. Hieruit volgt dat het beroep gericht tegen het niet tijdig nemen van een besluit niet is ingetrokken. De rechtbank had dit beroep dan ook niet-ontvankelijk moeten verklaren wegens gebrek aan belang bij een beoordeling van dat beroep.
3.2.    Nu niet in geschil is dat de staatssecretaris niet tijdig op het bezwaar van de vreemdeling heeft beslist, de vreemdeling vervolgens een geldige ingebrekestelling heeft verstuurd en de staatssecretaris pas na het instellen van beroep niet tijdig een besluit op bezwaar heeft genomen, had de rechtbank de staatssecretaris vervolgens ook moeten veroordelen tot vergoeding van de bij de vreemdeling in verband met de behandeling van het beroep niet tijdig opgekomen proceskosten (vergelijk de uitspraak van de Afdeling van 28 februari 2019, ECLI:NL:RVS:2019:665, onder 1.2).
Conclusie en hoogte proceskosten
Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
III.      verklaart het beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit niet-ontvankelijk;
Aldus vastgesteld door mr. A.J.C. de Moor-van Vugt, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. E.L. Iedema, griffier.
w.g. De Moor-van Vugt
lid van de enkelvoudige kamer
w.g. Iedema
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 17 februari 2023
915