ECLI:NL:RVS:2023:732
Raad van State
- Hoger beroep
- A. ten Veen
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit weigering omgevingsvergunning bouw rundveestal Boxtel
Appellant diende op 21 maart 2013 een aanvraag in voor een omgevingsvergunning voor het bouwen van een nieuwe rundveestal op een perceel met bestemming Agrarisch-Agrarisch bedrijf. Het college van Boxtel weigerde de vergunning op 10 augustus 2018, omdat het bouwplan in strijd zou zijn met het provinciaal ruimtelijk beleid, neergelegd in de Verordening ruimte Noord-Brabant 2017.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, waarna appellant hoger beroep instelde bij de Raad van State. In een tussenuitspraak van 8 december 2021 werd het college opgedragen het besluit te herstellen door zich uit te laten over de vraag of een ontheffing van gedeputeerde staten nodig was. Het college motiveerde dit nader in februari 2022, waarbij het stelde dat geen ontheffing nodig was omdat het gemeentelijk beleid gericht is op extensivering en verduurzaming, en het bouwplan niet binnen dit beleid past.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het college zich terecht op dit standpunt stelde en dat het bouwplan niet strookt met het gemeentelijk beleid. De Afdeling verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde de uitspraak van de rechtbank en het besluit van het college, maar liet de rechtsgevolgen van het besluit in stand, waardoor de weigering van de vergunning blijft. Tevens werd het college veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan appellant.
Uitkomst: Het besluit van het college van Boxtel wordt vernietigd, maar de weigering van de omgevingsvergunning blijft in stand.