ECLI:NL:RVS:2023:666
Raad van State
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Bevestiging beëindiging verblijfsrecht en ongewenstverklaring gemeenschapsonderdaan
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft bij besluit van 20 februari 2020 het verblijfsrecht van de vreemdeling als gemeenschapsonderdaan beëindigd en hem ongewenst verklaard. De vreemdeling maakte bezwaar tegen dit besluit, dat op 1 juni 2021 ongegrond werd verklaard. Vervolgens stelde de vreemdeling beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 2 januari 2023 het beroep ongegrond verklaarde.
De vreemdeling stelde hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en verzocht tevens om een voorlopige voorziening. De Afdeling oordeelde dat het hoger beroep geen gronden bevatte die beantwoording behoefden in het belang van rechtseenheid, rechtsontwikkeling of rechtsbescherming. Daarom werd het hoger beroep ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Het verzoek om voorlopige voorziening werd afgewezen en de staatssecretaris werd niet verplicht tot vergoeding van proceskosten. De uitspraak werd gedaan door voorzieningenrechter J.H. van Breda, in aanwezigheid van griffier L.S. van den Oosterkamp, op 17 februari 2023.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening is afgewezen.