202206264/1/A2.
Datum uitspraak: 15 februari 2023
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak op het hoger beroep van:
[appellant], wonend te [woonplaats],
appellant,
tegen de uitspraak van de rechtbank Gelderland van 18 oktober 2022 in zaak nr. 20/5671 in het geding tussen:
[appellant]
en
het bestuur van de raad voor rechtsbijstand (hierna: de raad).
Procesverloop
Bij besluit van 8 mei 2020 heeft de raad [appellant] een toevoeging verstrekt met een tweede eigen bijdrage.
Bij besluit van 24 september 2020 heeft de raad het door [appellant] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.
Bij uitspraak van 18 oktober 2022 heeft de rechtbank het door [appellant] daartegen ingestelde beroep gegrond verklaard, het besluit van 24 september 2020 vernietigd, het besluit van 8 mei 2020 herroepen en bepaald dat [appellant] geen tweede eigen bijdrage verschuldigd is. Deze uitspraak is aangehecht.
Tegen deze uitspraak heeft [appellant] hoger beroep ingesteld.
De raad heeft een schriftelijke uiteenzetting gegeven.
[appellant] heeft nadere stukken ingediend.
De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 2 februari 2023, waar [appellant] en de raad, vertegenwoordigd door mr. C.W. Wijnstra, zijn verschenen.
Overwegingen
1. De raad heeft op 3 februari 2020 een toevoeging aan [appellant] verstrekt met een eigen bijdrage van € 148,-. De zaak is vervolgens overgenomen door een andere advocaat. De raad heeft het verzoek om overname door die nieuwe advocaat gehonoreerd en een overnametoevoeging aan die advocaat verleend, maar daarbij een tweede eigen bijdrage opgelegd van € 203,-. Met die eigen bijdrage is [appellant] het niet eens en daarom heeft hij eerst bezwaar en later beroep ingesteld.
2. Bij de rechtbank heeft [appellant] gelijk gekregen. De rechtbank heeft geoordeeld dat hij geen tweede eigen bijdrage hoeft te betalen.
3. Nu de rechtbank het besluit op bezwaar heeft vernietigd, het besluit van 8 mei 2020 heeft herroepen en heeft bepaald dat [appellant] geen tweede eigen bijdrage hoeft te betalen, heeft [appellant] geen procesbelang bij een beoordeling van de door hem aangevallen uitspraak. Hij heeft geen belang bij een antwoord op de vraag of de rechtbank op goede gronden of voldoende gemotiveerd tot haar oordeel is gekomen. Zoals ook op zitting is besproken, leidt dat antwoord, hoe het ook luidt, namelijk niet tot een ander voor hem gunstiger resultaat. Dat hij, zoals hij op zitting heeft verteld, nog veel zaken op de plank heeft liggen en dat het hem gaat om het hele verhaal dat erachter ligt (hij wijst onder meer op een advocaat die zijns inziens liegt en betaald krijgt terwijl hij niets heeft gedaan) is onvoldoende om in deze zaak, in weerwil van wat hiervoor is overwogen, procesbelang aan te nemen.
4. Het hoger beroep is niet-ontvankelijk. Dit betekent dat de Afdeling niet toekomt aan wat [appellant] verder allemaal naar voren heeft gebracht.
5. De raad hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk.
Aldus vastgesteld door mr. E.J. Daalder, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. B. van Dokkum, griffier.
w.g. Daalder
lid van de enkelvoudige kamer
w.g. Van Dokkum
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 15 februari 2023
480