ECLI:NL:RVS:2023:566
Raad van State
- Mondelinge uitspraak
- Rechtspraak.nl
Bevestiging omgevingsvergunning splitsing bovenwoning ondanks bezwaar omwonende
Het college van burgemeester en wethouders van Breda verleende op 29 augustus 2019 een omgevingsvergunning voor het splitsen van een bovenwoning in twee appartementen. Een omwonende maakte bezwaar tegen deze vergunning vanwege vermeende geluidsoverlast en het gemeentelijk beleid dat volgens hem onvoldoende rekening hield met zijn belangen. De rechtbank Zeeland-West-Brabant verklaarde het beroep van de omwonende ongegrond, waarna hoger beroep werd ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling overweegt dat het college de vergunning alleen mag verlenen indien het gebruik in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening. Dit vereist een zorgvuldige belangenafweging tussen de omwonenden en de woningzoekenden en eigenaar. Het college heeft deze afweging gemaakt en gemotiveerd, mede op basis van gemeentelijk beleid en het bestuursakkoord dat de behoefte aan kleine woningen nabij het centrum benadrukt.
De Afdeling oordeelt dat de rechtbank terecht heeft geoordeeld dat het college zich op dit standpunt kon stellen en dat negatieve gevolgen voor de omwonende niet onevenredig zijn. De geluidsoverlast en technische staat van het pand vallen onder het Bouwbesluit en handhaving daarvan. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het college hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep tegen de omgevingsvergunning voor splitsing van de bovenwoning wordt ongegrond verklaard.