ECLI:NL:RVS:2023:534
Raad van State
- Hoger beroep
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak rechtbank over onrechtmatige bewaring vreemdeling
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid stelde een vreemdeling op 8 november 2022 in bewaring. De vreemdeling stelde beroep in tegen deze maatregel bij de rechtbank Den Haag, die op 23 november 2022 oordeelde dat de bewaring onrechtmatig was, de maatregel opheefde en schadevergoeding toekende.
De staatssecretaris ging hiertegen in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Deze afdeling overwoog dat het hoger beroep geen nieuwe rechtsvragen bevatte die in het belang van rechtseenheid of rechtsontwikkeling beantwoord moesten worden, mede omdat de relevante rechtsvraag reeds eerder was beantwoord in een uitspraak van 3 mei 2021.
De Afdeling verklaarde het hoger beroep ongegrond en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Tevens veroordeelde zij de staatssecretaris tot vergoeding van proceskosten van € 837,00 aan de vreemdeling, toe te rekenen aan beroepsmatige rechtsbijstand.
Uitkomst: Het hoger beroep van de staatssecretaris wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.