ECLI:NL:RVS:2023:491
Raad van State
- Hoger beroep
- J. Gundelach
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing handhavingsverzoek tegen gebruik kunstijsbaan buiten winterseizoen
Stichting Kunstijsbaan Kennemerland exploiteert sinds 2005 een kunstijsbaan in Haarlem met een milieuvergunning verleend onder de Wet milieubeheer. Tot 2020 was de baan alleen in gebruik tijdens het winterseizoen. In 2020 werd de baan ook in de zomerperiode gebruikt, waarop Milieudefensie handhaving tegen dit gebruik vroeg vanwege klimaatbezorgdheid.
Het college van burgemeester en wethouders van Haarlem wees het handhavingsverzoek af omdat de kunstijsbaan sinds eind 2018 als type B inrichting onder het Activiteitenbesluit valt en daardoor geen omgevingsvergunning meer vereist is. De rechtbank stelde Milieudefensie in het gelijk dat de oude milieuvergunning alleen voor het winterseizoen geldt, maar handhaving niet mogelijk is omdat de baan vergunningvrij is onder het Activiteitenbesluit.
In hoger beroep betoogde Milieudefensie dat de milieuvergunning niet buiten werking is gesteld en dat het Activiteitenbesluit pas geldt na intrekking van de vergunning. De Raad van State oordeelde dat de milieuvergunning niet is vervallen maar door de classificatie als type B inrichting de algemene regels van het Activiteitenbesluit van toepassing zijn geworden. Hierdoor is het gebruik buiten het winterseizoen niet verboden en is handhaving niet mogelijk.
Verder verwierp de Raad het beroep op een zorgplicht van het college op grond van een motie van de gemeenteraad, omdat dit buiten het juridische kader van de procedure valt. De uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd en het hoger beroep ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep van Milieudefensie wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.