ECLI:NL:RVS:2023:4746
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering omgevingsvergunning dakterras wegens strijd met bestemmingsplan
Het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam verleende aanvankelijk een omgevingsvergunning voor het realiseren van een dakterras op een woning in Amsterdam, waarbij werd afgeweken van het bestemmingsplan. Na bezwaren besloot het college de vergunning niet in stand te laten omdat het bouwplan niet voldeed aan de voorwaarden voor afwijking. De rechtbank oordeelde dat het college niet verplicht was de vergunning te verlenen. De rechtsopvolgers van de eigenaar gingen hiertegen in hoger beroep.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State overwoog dat het bouwplan het bouwvlak met 0,7 meter en de bouwhoogte met 0,25 meter overschrijdt, waarmee het in strijd is met het bestemmingsplan. Het betoog dat het bouwplan binnen het bouwvlak en de bouwhoogte zou passen, faalde omdat het dakterras inclusief hekwerk niet als ondergeschikt bouwdeel kan worden aangemerkt en het bouwplan beoordeeld moet worden op basis van de bouwtekening.
Verder oordeelde de Afdeling dat het college terecht geen afwijking van het bestemmingsplan verleende, omdat het bouwplan niet voldeed aan de beleidsregels voor afwijkingen, waaronder een maximale diepte van 2 meter voor dakterrassen. Het beroep op het gelijkheidsbeginsel slaagde niet omdat een latere vergunning voor een ander dakterras geen precedent schept. Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd, waardoor de omgevingsvergunning niet wordt verleend.