ECLI:NL:RVS:2023:4646
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing urgentieverklaring wegens onvoldoende woningzoekgedrag en inschrijfduur
Appellant, woonachtig in Drenthe met zijn gezin, vroeg een urgentieverklaring aan om dichter bij het Erasmus ziekenhuis in Rotterdam te wonen vanwege medische behandelingen van zijn dochter. Het college van burgemeester en wethouders van Zoetermeer wees de aanvraag af op grond van de Huisvestingsverordening, omdat appellant in de drie maanden voorafgaand aan de aanvraag slechts één keer op een woningaanbod had gereageerd en hij niet ten minste twee jaar in de regio Haaglanden stond ingeschreven.
Appellant voerde aan dat hij door taalproblemen niet wist dat hij eerst zelf op woningen moest reageren en dat het gezin de afstand naar Rotterdam belastend vond. Het college stelde dat het aan appellant was om zich te informeren en hulp te zoeken, en dat hij wel degelijk één keer had gereageerd. De rechtbank oordeelde dat het college terecht de weigeringsgronden toepaste en dat urgentieverklaringen een laatste redmiddel zijn.
De Raad van State bevestigt het oordeel van de rechtbank en wijst de gronden van appellant af, waaronder zijn beroep op het Verdrag inzake de rechten van het kind en het EVRM. De Afdeling benadrukt dat het feit dat appellant dichter bij het ziekenhuis wil wonen begrijpelijk is, maar geen reden vormt voor een urgentieverklaring. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bekrachtigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de urgentieverklaring bevestigd.