ECLI:NL:RVS:2023:4640
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering omgevingsvergunning voor aanbouw in strijd met bestemmingsplan en welstandseisen
Appellante heeft een omgevingsvergunning aangevraagd voor het realiseren van een aanbouw in de tuin van haar woning in Amsterdam, die in 2021 is gerealiseerd. Het college van burgemeester en wethouders heeft de vergunning geweigerd omdat de aanbouw twee meter buiten het bouwvlak is gebouwd, wat in strijd is met artikel 19.2 van het bestemmingsplan 'Buitenveldert 2013'. Tevens voldeed de aanvraag niet aan de Beleidsregels Afwijkingen Omgevingsvergunning en de redelijke eisen van welstand.
De rechtbank heeft het besluit van het college bevestigd en geoordeeld dat het college terecht het dichtzetten van het balkon heeft betrokken bij de beoordeling van de aanvraag. Appellante voerde aan dat de uitbouw vergunningvrij zou zijn en dat het college onjuist had gemeten, maar de Raad van State oordeelde dat de meting correct was en dat de aanbouw niet vergunningvrij is.
Verder stelde appellante dat het college had moeten afwijken van het beleid vanwege vergelijkbare gevallen, maar de Raad van State vond dat het college voldoende had toegelicht waarom die gevallen niet vergelijkbaar zijn en dat het gelijkheidsbeginsel niet werd geschonden.
Ten slotte werd het beroep op strijdigheid met de redelijke eisen van welstand verworpen. Het college had een zorgvuldig welstandsadvies gevolgd dat het bouwplan als niet passend beoordeelde. Het tegenadvies van appellante was onvoldoende onderbouwd. De Raad van State bevestigt daarom de uitspraak van de rechtbank en verklaart het hoger beroep ongegrond.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van de omgevingsvergunning bevestigd.