ECLI:NL:RVS:2023:4330
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging omgevingsvergunning voor bedrijfsgebouw ondanks afwijking parkeernormen
Het college van burgemeester en wethouders van Boxmeer verleende op 6 april 2020 een omgevingsvergunning aan een vergunninghouder voor de bouw van een bedrijfsgebouw aan een locatie te Beugen. Het bouwplan wijkt af van het bestemmingsplan doordat het gebouw deels buiten het bouwvlak wordt opgericht en de afstand tot de perceelgrens kleiner is dan toegestaan. De vergunninghouder exploiteert een eenmans reparatiebedrijf voor auto’s en motoren.
Een omwonende, appellant, maakte bezwaar tegen de vergunning vanwege zorgen over parkeeroverlast. Hij stelde dat het aantal van acht parkeerplaatsen onvoldoende was en dat er volgens de geldende parkeernormen zeventien parkeerplaatsen gerealiseerd hadden moeten worden. De rechtbank oordeelde echter dat het college terecht het bedrijf als arbeidsextensief en bezoekersextensief had aangemerkt, waardoor de lagere parkeernorm van toepassing was en acht parkeerplaatsen toereikend waren.
In hoger beroep betoogde appellant dat het bedrijf als arbeidsintensief moest worden aangemerkt, wat een hogere parkeernorm vereist. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State stelde vast dat het college op juiste gronden mocht uitgaan van een arbeidsextensief bedrijf, mede gelet op de geringe omvang van de werkplaats en het feit dat het een eenmansbedrijf betreft. Ook was de kelderruimte niet geschikt als werkruimte. De Afdeling bevestigde dat met acht parkeerplaatsen werd voldaan aan de geldende parkeernormen en verklaarde het hoger beroep ongegrond.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de omgevingsvergunning blijft in stand met acht parkeerplaatsen.