Uitspraak
Datum uitspraak: 22 november 2023
BESTUURSRECHTSPRAAK
lid van de enkelvoudige kamer
Raad van State
Het college van burgemeester en wethouders van Deventer verleende op 16 november 2020 een omgevingsvergunning aan de vergunninghoudster voor de bouw van een kapschuur op een perceel in Diepenveen. Appellant stelde dat de kapschuur in strijd was met het bestemmingsplan en buiten het bouwvlak was gebouwd. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, waarna appellant hoger beroep instelde bij de Raad van State.
De Afdeling bestuursrechtspraak stelde vast dat het perceel bestemd is als 'Agrarisch met waarden - Landschapswaarden' zonder de aanduiding 'zorgboerderij'. Hoewel de rechtbank onterecht aannam dat de aanduiding 'zorgboerderij' aanwezig was, concludeerde de Afdeling dat er ten tijde van de vergunningverlening sprake was van een agrarisch bedrijf met een bedrijfsomvang van minimaal 10 NGE, waardoor de kapschuur ten dienste van de bestemming is.
De discussie over de NGE-berekening werd toegelicht: appellant leverde een gecorrigeerde berekening van 3,3 NGE aan, maar de Afdeling oordeelde dat de standaard ongecorrigeerde NGE-berekening leidend is en dat appellant onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat er geen bedrijfsmatig agrarisch gebruik was. De vraag of de kapschuur buiten het bouwvlak is gebouwd werd als handhavingskwestie buiten de procedure geplaatst.
De Afdeling bevestigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het hoger beroep ongegrond, waarbij het college geen proceskosten hoeft te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de omgevingsvergunning wordt bevestigd.