ECLI:NL:RVS:2023:4326
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Weigering omgevingsvergunning voor parkeerplaatsen op tuinbestemming in Rotterdam bevestigd
Het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam weigerde op 6 februari 2020 een omgevingsvergunning aan appellante voor het realiseren van vier parkeerplaatsen op een perceel met de bestemming 'Tuin' in het bestemmingsplan Kleiwegkwartier. Appellante had op 5 december 2019 de aanvraag ingediend. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante tegen deze weigering ongegrond, waarna appellante hoger beroep instelde bij de Raad van State.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelt dat parkeren op gronden met de bestemming 'Tuin' niet is toegestaan volgens het bestemmingsplan, omdat alleen verharding die behoort tot groenvoorzieningen is toegestaan. De eerder verleende vergunning voor het aanleggen van een uitweg impliceert geen toestemming voor het gebruik van de verharding als parkeerplaatsen, omdat het hier om onderscheidenlijke activiteiten gaat.
De Afdeling stelt vast dat het college bij zijn besluit beleidsruimte heeft en de belangen zorgvuldig heeft afgewogen. Het behoud van het groene karakter van de wijk weegt zwaar, en het college heeft terecht gewezen op het risico van precedenten die het aanzien van de wijk kunnen schaden. De door appellante aangevoerde vergelijkingen met andere percelen zijn niet overtuigend omdat die situaties verschillen, bijvoorbeeld door aanwezigheid van garages.
Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Het college hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van de omgevingsvergunning bevestigd.