ECLI:NL:RVS:2023:4237
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing tweede parkeervergunning ondanks medische omstandigheden echtgenote
Het college van burgemeester en wethouders van Weesp (nu Amsterdam) wees de aanvraag van appellant om een tweede parkeervergunning af omdat hij op de peildatum 30 juni 2020 nog geen tweede motorvoertuig bezat. De rechtbank oordeelde dat het college terecht de Parkeerverordening toepaste en dat er geen reden was om de hardheidsclausule toe te passen. Appellant stelde in hoger beroep dat er onvoldoende participatie was geweest bij de totstandkoming van de parkeervisie en dat de rechtbank ten onrechte een eigen oordeel gaf over de hardheidsclausule zonder standpunt van het college.
De Afdeling bestuursrechtspraak overwoog dat de parkeersituatie zorgvuldig was onderzocht en dat de politieke keuze voor één parkeervergunning per huishouden niet alleen op parkeerdruk is gebaseerd. De ervaren leegstand in de straat van appellant was onvoldoende om de verordening buiten toepassing te laten. De rechtbank had geen eigen oordeel gegeven maar het besluit vernietigd wegens onvoldoende motivering van het college en vervolgens de rechtsgevolgen in stand gelaten omdat het college vasthield aan het besluit en de belangenafweging alsnog had gemaakt.
De Afdeling concludeerde dat appellant onvoldoende medische onderbouwing had geleverd voor de noodzaak van een tweede auto vanwege de gezondheidstoestand van zijn echtgenote en dat de overgangsregeling en de algemene parkeeromstandigheden geen aanleiding gaven de hardheidsclausule toe te passen. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.