ECLI:NL:RVS:2023:4142
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- R. Uylenburg
- G.T.J.M. Jurgens
- B.P.M. van Ravels
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke uitspraak over sanering en dwangsommen bij verontreinigd bedrijfspand door drugslaboratorium
De eigenaar van een bedrijfspand in Didam, waarin door derden een laboratorium voor de productie van (meth)amfetamine was gevestigd, werd door het college van burgemeester en wethouders van Montferland verplicht tot het verwijderen van kwik(II)chloride en gevaarlijk afval uit het pand onder dwangsom. De eigenaar stelde zich niet verantwoordelijk voor de overtredingen omdat hij niet betrokken was bij de productie en betoogde dat het college bestuursdwang had moeten toepassen om kosten te verhalen op de feitelijke overtreders.
De Afdeling oordeelde dat de eigenaar als professionele verhuurder verantwoordelijk is voor het pand en de verontreiniging, mede gezien het ontbreken van antecedentenonderzoek, het contant betalen van huur en het nalaten van toezicht. Hierdoor is hij overtreder in de zin van de Wet milieubeheer en de Woningwet. Het college mocht daarom terecht dwangsommen opleggen. De combinatie van een eerdere last onder bestuursdwang (sluiting) en de dwangsommen is niet in strijd met de Algemene wet bestuursrecht.
Het beroep is ongegrond verklaard, maar de dwangsommen zijn met toepassing van een voorlopige voorziening geschorst tot zes weken na verzending van de uitspraak, zodat de eigenaar nog tijd heeft om aan de lasten te voldoen. Proceskosten zijn niet toegekend.
Uitkomst: Het beroep van de eigenaar tegen het dwangsombesluit is ongegrond verklaard, met schorsing van het besluit tot zes weken na verzending van de uitspraak.