ECLI:NL:RVS:2023:4136
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing urgentieverklaring woonkostentoeslag in Stichtse Vecht
Appellante huurt een zelfstandige woonruimte in de vrije sector te Maarssen en ontving een woonkostentoeslag vanwege het niet kunnen opbrengen van de maandhuur. Omdat aan de woonkostentoeslag een verhuisplicht is verbonden, deed zij een aanvraag voor een urgentieverklaring die door het college van burgemeester en wethouders van Stichtse Vecht werd afgewezen op grond van de Huisvestingsverordening Regio Utrecht 2019.
Het college stelde dat bij het aangaan van de huurovereenkomst voor appellante duidelijk moest zijn dat de huurprijs niet in verhouding stond tot haar inkomen en dat zij zonder hulp de huur niet kon betalen. Hierdoor was niet voldaan aan de voorwaarde dat de noodsituatie buiten haar schuld en onvoorzien was ontstaan. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond en de Raad van State bevestigt deze uitspraak in hoger beroep.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelt dat appellante haar stellingen niet voldoende heeft onderbouwd en dat er geen aanleiding is voor toepassing van de hardheidsclausule. De aangevallen uitspraak wordt bevestigd en het college hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: De afwijzing van de urgentieverklaring wordt bevestigd en het hoger beroep wordt ongegrond verklaard.