ECLI:NL:RVS:2023:4130

Raad van State

Datum uitspraak
8 november 2023
Publicatiedatum
8 november 2023
Zaaknummer
202301887/1/A2
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 4:5 Huisvestingsverordening Den Haag 2019
Verwijzingen
1 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging afwijzing urgentieverklaring wegens onvoldoende zelfstandige woonruimte en voorspelbare huisvestingsproblemen

Appellant heeft een urgentieverklaring aangevraagd omdat zij met haar toenmalige vriend en dochtertje in een kleine kamer woonde en zwanger was van een tweeling. Het college van burgemeester en wethouders van Den Haag wees deze aanvraag af, omdat appellant geen zelfstandige woonruimte had, maar het huisvestingsprobleem als te voorzien werd beschouwd gezien de gezinsuitbreiding.

Tijdens de bezwaarprocedure werd de tweeling geboren en beëindigde appellant haar relatie. Het college handhaafde het besluit op basis van de Huisvestingsverordening Den Haag 2019 en de beleidsregel urgentieverklaringen, waarbij ook geen aanleiding werd gezien voor toepassing van de hardheidsclausule.

De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en de Raad van State bevestigt deze uitspraak. De Afdeling bestuursrechtspraak stelt dat appellant geen nieuwe gronden heeft aangevoerd die het eerdere oordeel onjuist maken en benadrukt dat de omstandigheden bewust zijn uitgesloten van urgentieverklaringen volgens de verordening.

Daarnaast is meegewogen dat appellant alleen reageert op eengezinswoningen in Den Haag, waardoor haar kansen op een woning beperkt zijn. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het college hoeft geen proceskosten te vergoeden.

Uitkomst: De Raad van State bevestigt de afwijzing van de urgentieverklaring wegens het ontbreken van zelfstandige woonruimte en voorspelbare huisvestingsproblemen.

Uitspraak

202301887/1/A2.
Datum uitspraak: 8 november 2023
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak op het hoger beroep van:
[appellant], wonend te Den Haag,
appellante,
tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag van 1 februari 2023 in zaak nr. 22/666 in het geding tussen:
[appellant]
en
het college van burgemeester en wethouders van Den Haag (hierna: het college).
Procesverloop
Bij besluit van 10 mei 2021 heeft het college de aanvraag van [appellant] om een urgentieverklaring afgewezen.
Bij besluit van 16 december 2021 heeft het college het door [appellant] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.
Bij uitspraak van 1 februari 2023 heeft de rechtbank het door [appellant] daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard. Deze uitspraak is aangehecht.
Tegen deze uitspraak heeft [appellant] hoger beroep ingesteld.
Het college heeft een schriftelijke uiteenzetting gegeven.
De Afdeling heeft de zaak op een zitting behandeld op 24 oktober 2023, waar het college, vertegenwoordigd door mr. S.J.C. Hocks, is verschenen.
Overwegingen
1.       [appellant] heeft een urgentieverklaring aangevraagd omdat zij met haar (toenmalige) vriend en dochtertje in een kamer van 10 m2 in de eengezinswoning van haar ouders woonde. Op het moment van de aanvraag was hun dochtertje acht maanden oud en was [appellant] zwanger van een tweeling. Volgens de toelichting bij haar aanvraag is het huis van haar ouders onhygiënisch en heeft zowel haar moeder als zijzelf psychische problemen. Tijdens de bezwaarprocedure is de tweeling geboren en de relatie met haar vriend beëindigd.
2.       Het college heeft bij het besluit 16 december 2021 de afwijzing van de aanvraag gehandhaafd op grond van de algemene weigeringsgronden in artikel 4:5, aanhef en onder b, c, d en l, van de Huisvestingsverordening Den Haag 2019, zoals die zijn uitgewerkt in de Beleidsregel urgentieverklaringen Den Haag 2019. Het college heeft in aanmerking genomen dat [appellant] niet beschikt over een zelfstandige woonruimte. Veder was haar huisvestingsprobleem volgens het college te voorkomen of te voorzien omdat er drie kinderen zijn geboren terwijl haar huisvesting daarvoor ongeschikt was. Ook heeft [appellant] niet aannemelijk gemaakt dat zij geen kamer of studio zou kunnen huren en heeft zij niet onderbouwd dat zij wordt behandeld voor haar psychische klachten. Het college heeft geen aanleiding gezien voor toepassing van de hardheidsclausule. Gelet hierop heeft het college het niet nodig geacht advies aan de GGD te vragen.
3.       De gronden die [appellant] in hoger beroep heeft aangevoerd zijn zo goed als een herhaling van wat zij in beroep heeft aangevoerd. De rechtbank is gemotiveerd op die gronden ingegaan. [appellant] heeft geen redenen aangevoerd waarom de gemotiveerde beoordeling van die gronden in de aangevallen uitspraak onjuist of onvolledig zou zijn. De Afdeling kan zich vinden in het oordeel van de rechtbank en in de onder 4 tot en met 8 opgenomen overwegingen, waarop dat oordeel is gebaseerd. De Afdeling voegt daaraan nog toe dat, zoals het college in de schriftelijke uiteenzetting heeft toegelicht, [appellant] geen verwijten worden gemaakt over haar omstandigheden, maar dat er in de Huisvestingsverordening bewust voor is gekozen om die omstandigheden met de algemene weigeringsgronden uit te sluiten van een urgentieverklaring. Verder zijn haar omstandigheden in het kader van de hardheidsclausule in samenhang bezien. De Afdeling neemt verder in aanmerking dat het college er op de zitting op heeft gewezen dat [appellant] alleen reageert op (eengezins)woningen in Den Haag en dat zij meer kans zou maken op een woning als zij ook reageert op andere woningen in de regio.
4.       Het hoger beroep is ongegrond. De aangevallen uitspraak moet worden bevestigd.
5.       Het college hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
bevestigt de aangevallen uitspraak.
Aldus vastgesteld door mr. E.J. Daalder, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. P.A. de Vink, griffier.
w.g. Daalder
lid van de enkelvoudige kamer
w.g. de Vink
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 8 november 2023
154-1064