ECLI:NL:RVS:2023:4100
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- B. Meijer
- M. Soffers
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verblijfsvergunning vanwege onvoldoende afhankelijkheidsrelatie met zus
De vreemdeling, met de Venezolaanse en Ecuadoraanse nationaliteit, verzocht om een verblijfsvergunning asiel, welke door de staatssecretaris werd afgewezen. De rechtbank vernietigde het eerste besluit deels, maar wees het beroep tegen het tweede besluit af. De vreemdeling stelde een meer dan gebruikelijke afhankelijkheidsrelatie met haar zus in Nederland, die medisch afhankelijk zou zijn, maar kon dit niet concreet onderbouwen.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het hoger beroep geen aanleiding gaf tot vernietiging van de eerdere uitspraak. Tevens stelde zij ambtshalve vast dat de rechtbank ten onrechte het beroep tegen het tweede besluit in behandeling had genomen en vernietigde deze uitspraak. De Afdeling bevestigde dat de staatssecretaris het besluit zorgvuldig had genomen, aangezien de vreemdeling voldoende gelegenheid had gehad haar zienswijze te geven.
De medische afhankelijkheid van de zus werd niet aannemelijk gemaakt; de aangeleverde documenten betroffen een eerdere periode en er was geen bewijs dat de zus momenteel afhankelijk is van de vreemdeling. Ook de zelfstandigheid van de zus en haar partner in Nederland sprak tegen een meer dan gebruikelijke afhankelijkheidsrelatie. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak van de rechtbank van 1 juli 2021 bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de afwijzing van de verblijfsvergunning bevestigd.