ECLI:NL:RVS:2023:4051
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit locatie ondergrondse restafvalcontainer wegens onvoldoende motivering alternatieven
Het college van burgemeester en wethouders van Utrecht wees op 23 juni 2021 een locatie aan voor het plaatsen van een ondergrondse restafvalcontainer (ORAC) nabij de Jacob van Ruisdaelstraat hoek Hobbemastraat. Appellant, wonend tegenover deze locatie, maakte bezwaar vanwege verkeersveiligheidsrisico's en stelde alternatieve locaties voor. Het college handhaafde het besluit op bezwaar van 8 juni 2022, waarna appellant beroep instelde bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling oordeelde dat het college de locatie binnen de geldende richtlijnen en beleidsruimte mocht aanwijzen en dat de verkeersveiligheid voldoende was gemotiveerd. Wel stelde de Afdeling vast dat het college onvoldoende onderzoek had gedaan naar de door appellant voorgestelde alternatieve locaties en deze niet had gemotiveerd afgewezen, hetgeen strijdig is met de artikelen 3:2 en 7:12 van de Algemene wet bestuursrecht.
Hoewel het beroep gegrond werd verklaard en het bestreden besluit werd vernietigd, besloot de Afdeling op grond van artikel 8:41a en 8:72 Awb de rechtsgevolgen van het besluit in stand te laten, omdat de alternatieve locaties niet zodanig geschikter waren dat het college had moeten afzien van de aangewezen locatie. Het college werd tevens verplicht het betaalde griffierecht aan appellant te vergoeden.
Uitkomst: Het beroep is gegrond verklaard en het besluit vernietigd wegens onvoldoende motivering van alternatieve locaties, maar de rechtsgevolgen van het besluit blijven in stand.