ECLI:NL:RVS:2023:3958
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing inschrijving als beëdigd tolk Nederlands-Kirundi en Nederlands-Swahili
Appellante verzocht de minister van Justitie en Veiligheid om inschrijving in het Register beëdigde tolken en vertalers (Rbtv) als tolk Nederlands-Kirundi en Nederlands-Swahili op B2-niveau van het Europees Referentiekader voor de Talen. De minister wees dit verzoek op 17 september 2020 af omdat appellante niet voldeed aan de voorwaarden, met name het ontbreken van een diploma of certificaat waaruit blijkt dat zij een tolktoets op minimaal B2-niveau met goed gevolg had afgelegd.
Appellante stelde dat zij via het 'anderszins'-criterium kon aantonen te voldoen aan de wettelijke competenties, mede omdat zij al was ingeschreven als tolk Nederlands-Frans en Nederlands-Kinyarwanda. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat appellante onvoldoende tolkvaardigheid, -attitude en kennis van cultuur van de betreffende talen aantoonde. Ook vond de rechtbank het besluit niet in strijd met het evenredigheidsbeginsel.
In hoger beroep bevestigde de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State dit oordeel. De Afdeling overwoog dat appellante niet voldeed aan de tolkscholingseis van minimaal 40 PE punten en dat de minister terecht vasthield aan het beoordelingskader. De afwijking die eerder voor andere talen werd gemaakt op basis van een positief quickscanadvies was niet van toepassing voor de talen Nederlands-Kirundi en Nederlands-Swahili, waarvoor een negatief advies gold.
De Afdeling verwierp ook het beroep op het evenredigheidsbeginsel, omdat het algemene belang van kwaliteitsborging van tolken zwaarder weegt dan het financiële belang van appellante. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de inschrijving als beëdigd tolk bevestigd.