ECLI:NL:RVS:2023:3758
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging bestemmingsplan Kattenhavestraat wegens onvoldoende belangenafweging bouwhoogte en zichtlijnen
De raad van de gemeente Zutphen stelde op 1 juni 2021 het bestemmingsplan 'Kattenhavestraat' vast, dat de bouw van grondgebonden stadswoningen mogelijk maakt op een hoekperceel dat sinds 1984 als tijdelijke parkeerplaats fungeert. De woning van appellant grenst aan het plangebied. In een tussenuitspraak van april 2022 oordeelde de Afdeling bestuursrechtspraak dat de raad onvoldoende een belangenafweging had gemaakt tussen de bouwhoogte van 13,5 meter en het belang van het behoud van zichtlijnen op de Walburgistoren vanaf de IJsselkade, en dat het besluit onvoldoende was gemotiveerd.
De raad wijzigde het plan in februari 2023 door de maximale bouwhoogte te verlagen naar 10,5 meter. Appellant bracht zienswijzen naar voren, onder meer over de representativiteit van de gebruikte zichtpunten in de Studie zichtlijnen en torens, de bomencorrectie, en de belangenafweging. De Afdeling oordeelde dat de raad de Studie terecht als representatief mocht beschouwen, dat de bomencorrectie op redelijke gronden was toegepast en dat de belangenafweging voldoende was gemaakt, waarbij het belang van woningbouw zwaarder woog dan het verlies van zichtlijnen.
De Afdeling verklaarde het beroep tegen het oorspronkelijke besluit gegrond en vernietigde het besluit voor zover het de hogere bouwhoogte betrof, maar verklaarde het beroep tegen het gewijzigde besluit van februari 2023 ongegrond. Tevens werd de raad veroordeeld tot vergoeding van proceskosten aan appellant.
Uitkomst: Het oorspronkelijke bestemmingsplan is vernietigd voor de hogere bouwhoogte, het gewijzigde plan is ongegrond verklaard.