ECLI:NL:RVS:2023:3687
Raad van State
- Hoger beroep
- R. Uylenburg
- J.W. van de Gronden
- M. Soffers
- Rechtspraak.nl
Bestuurlijke uitspraak over natuurvergunning en emissiefactoren voor melkveehouderij in Overijssel
Het college van gedeputeerde staten van Overijssel verleende een natuurvergunning voor het wijzigen van een melkveehouderij aan de locatie in Mastenbroek, gebaseerd op Rav-emissiefactoren voor emissiearme en reguliere stalsystemen. MOB en Leefmilieu stelden dat deze emissiefactoren de werkelijke ammoniakemissie onderschatten, onderbouwd met rapporten en adviezen van het CBS en de Commissie Deskundigen Meststoffenwet.
De rechtbank vernietigde de vergunning omdat onvoldoende zekerheid bestond dat de emissiefactoren de werkelijke emissie juist weergeven, waardoor significante gevolgen voor Natura 2000-gebieden niet konden worden uitgesloten. Het college stelde hoger beroep in, maar erkende dat geen vergunning nodig zou zijn als vooraf significante gevolgen konden worden uitgesloten.
De Raad van State bevestigt het oordeel van de rechtbank dat de Rav-emissiefactor voor het emissiearme stalsysteem A1.28 niet met de vereiste zekerheid kan worden toegepast. Tevens oordeelt de Afdeling dat bij de referentiesituatie mag worden aangesloten bij de emissiefactoren die gelden op het moment van de aanvraag, en dat het betoog van MOB en Leefmilieu over een te hoge inschatting van de referentiesituatie ongegrond is.
De Afdeling volgt het college niet in haar kritiek op de rechtbank en bevestigt het voorzorgbeginsel uit de Habitatrichtlijn. Het hoger beroep en het incidenteel hoger beroep worden ongegrond verklaard. Het college wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het hoger beroep en het incidenteel hoger beroep worden ongegrond verklaard; de natuurvergunning blijft vernietigd.