ECLI:NL:RVS:2023:3643
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen tijdelijke omgevingsvergunning voor maatschappelijke zorgvoorziening
Het college van burgemeester en wethouders van ’s-Hertogenbosch verleende op 25 januari 2021 een tijdelijke omgevingsvergunning voor het plaatsen van 23 cabins voor een maatschappelijke zorgvoorziening aan de Nieuwe Dijk 3 voor de duur van 10 jaar. Verzoekers maakten bezwaar tegen deze vergunning, maar het college verklaarde deze bezwaren niet-ontvankelijk. De rechtbank Oost-Brabant verklaarde het beroep tegen het bezwaarbesluit gegrond en vernietigde deze besluiten, maar verklaarde het beroep tegen herstelbesluiten ongegrond.
Verzoekers gingen in hoger beroep en vroegen de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter oordeelde dat het spoedeisend belang aanwezig was, maar zag geen aanleiding om de vergunning te schorsen. De voorzieningenrechter vond voorshands geen reden om het bouwplan als stedelijk ontwikkelingsproject aan te merken, hetgeen gevolgen zou hebben voor de procedure.
Daarnaast woog de voorzieningenrechter de belangen af en vond dat het belang van vergunninghoudster om de bouwactiviteiten voort te zetten zwaarder woog dan het belang van verzoekers bij schorsing. De voorzieningenrechter nam de maatregelen mee die zijn getroffen om overlast te voorkomen en vond dat de gevreesde overlast buiten het terrein niet tot schorsing leidde. Ook stelde de voorzieningenrechter vast dat de cabins snel verwijderd kunnen worden, waardoor geen onomkeerbare situatie ontstaat.
De voorzieningenrechter wees het verzoek om voorlopige voorziening af en bepaalde dat het college geen proceskosten hoeft te vergoeden.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de tijdelijke omgevingsvergunning is afgewezen.