ECLI:NL:RVS:2023:3611
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling hoger beroep tegen omgevingsvergunning voor woningbouw in strijd met bestemmingsplan
Het college van burgemeester en wethouders van Putten verleende op 16 juni 2020 een omgevingsvergunning aan appellant sub 3 voor de bouw van een vrijstaande woning en het gebruik van het perceel in strijd met het bestemmingsplan "Kom Noord en Zuidoost". Appellant sub 1, eigenaar van een aangrenzend perceel, maakte bezwaar tegen deze vergunning. Na herroeping van het primaire besluit door het college, verklaarde de rechtbank het beroep van appellant sub 1 gedeeltelijk gegrond en vernietigde het besluit voor zover het de balustrade van het dakterras betrof.
Appellant sub 1 stelde in hoger beroep dat de rechtbank ten onrechte onmiddellijk uitspraak deed en dat de goothoogten onjuist waren vastgesteld. De Afdeling oordeelde dat de rechtbank bevoegd was direct uitspraak te doen en dat de vermelde goothoogte een kennelijke verschrijving was. Het hoger beroep van appellant sub 1 werd ongegrond verklaard.
Het college stelde incidenteel hoger beroep in tegen de vernietiging van het besluit over de balustrade en betoogde dat deze wel als bijbehorend bouwwerk kon worden aangemerkt. De Afdeling volgde dit standpunt en verklaarde het incidenteel hoger beroep van het college gegrond. Het incidenteel hoger beroep van appellant sub 3 werd niet-ontvankelijk verklaard wegens te late indiening.
De Afdeling vernietigde de uitspraak van de rechtbank voor zover deze op het beroep van appellant sub 1 was gebaseerd en verklaarde het beroep van appellant sub 1 ongegrond, waardoor de omgevingsvergunning in stand bleef. Tevens werd het college niet verplicht tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het hoger beroep van appellant sub 1 wordt ongegrond verklaard en de omgevingsvergunning blijft in stand.