ECLI:NL:RVS:2023:357
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak rechtbank inzake asielaanvraag en bestuurlijke dwangsom
De vreemdeling heeft beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag waarin het beroep tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid ongegrond werd verklaard. De staatssecretaris had op 11 juli 2022 de asielaanvraag van de vreemdeling ingewilligd zonder vaststelling van een bestuurlijke dwangsom.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft het hoger beroep beoordeeld en geoordeeld dat het geen aanleiding geeft tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank. Dit omdat het hogerberoepschrift geen nieuwe rechtsvragen bevat die van belang zijn voor rechtseenheid, rechtsontwikkeling of rechtsbescherming.
De Raad van State verwijst naar een eerdere uitspraak van 30 november 2022 waarin een vergelijkbare rechtsvraag is beantwoord over de Tijdelijke wet opschorting dwangsommen IND en het Unierechtelijk gelijkwaardigheidsbeginsel. Gezien deze eerdere jurisprudentie is het hoger beroep ongegrond verklaard en is de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
De staatssecretaris is niet verplicht proceskosten te vergoeden. De uitspraak is gedaan door een enkelvoudige kamer en in het openbaar uitgesproken op 30 januari 2023.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.