ECLI:NL:RVS:2023:356
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak rechtbank over verblijfsvergunning asiel en bestuurlijke dwangsom
De vreemdeling heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag die het beroep tegen het besluit van de staatssecretaris om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen ongegrond heeft verklaard. De staatssecretaris had bij besluit van 15 juni 2022 de verblijfsvergunning toegekend zonder vast te stellen dat de vreemdeling een bestuurlijke dwangsom had verbeurd.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelt dat het hoger beroep geen nieuwe rechtsvragen bevat die in het belang van rechtseenheid, rechtsontwikkeling of rechtsbescherming beantwoord moeten worden. De rechtsvraag was reeds eerder beantwoord in een uitspraak van 30 november 2022, met betrekking tot artikel 1 van Pro de Tijdelijke wet opschorting dwangsommen IND en het Unierechtelijk gelijkwaardigheidsbeginsel.
Daarom wordt het hoger beroep ongegrond verklaard en wordt de uitspraak van de rechtbank bevestigd. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden. De uitspraak is gedaan door de enkelvoudige kamer van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op 30 januari 2023.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.