ECLI:NL:RVS:2023:355
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak inzake dwangsombepaling bij verblijfsvergunning asiel
De zaak betreft het hoger beroep van twee vreemdelingen tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, die hun beroepen tegen besluiten van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid ongegrond verklaarde. De staatssecretaris had op 25 augustus 2022 hun aanvragen voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingewilligd zonder vast te stellen dat een bestuurlijke dwangsom was verbeurd.
Het hoger beroep richt zich op de vraag of de staatssecretaris een bestuurlijke dwangsom heeft verbeurd, een kwestie die reeds door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State is beantwoord in een eerdere uitspraak van 30 november 2022. Deze eerdere uitspraak betrof de uitleg van artikel 1 van Pro de Tijdelijke wet opschorting dwangsommen IND en het Unierechtelijk gelijkwaardigheidsbeginsel.
De Afdeling oordeelt dat het hoger beroep geen aanleiding geeft om van die eerdere jurisprudentie af te wijken en bevestigt daarom de uitspraak van de rechtbank. De uitspraak is gedaan door de enkelvoudige kamer van de Afdeling bestuursrechtspraak en op 31 januari 2023 digitaal aan partijen ter beschikking gesteld.
Uitkomst: De Afdeling bestuursrechtspraak bevestigt dat geen bestuurlijke dwangsom is verbeurd en verklaart het hoger beroep ongegrond.