ECLI:NL:RVS:2023:3534
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep tegen afwijzing machtiging voorlopig verblijf
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 21 december 2021 de aanvraag van de vreemdeling om een machtiging tot voorlopig verblijf af. Hiertegen maakte de vreemdeling bezwaar, dat op 17 februari 2023 ongegrond werd verklaard. Vervolgens stelde de vreemdeling beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 27 juni 2023 het beroep ongegrond verklaarde.
De vreemdeling stelde daarop hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Echter, in het hoger beroep werd niet toegelicht waarom de uitspraak van de rechtbank onjuist zou zijn, hetgeen een vereiste is voor ontvankelijkheid van het hoger beroep.
De Afdeling bestuursrechtspraak kon daardoor geen inhoudelijk oordeel geven en verklaarde het hoger beroep niet-ontvankelijk. De staatssecretaris is niet gehouden proceskosten te vergoeden. De uitspraak werd gedaan door de enkelvoudige kamer op 20 september 2023.
Uitkomst: Het hoger beroep van de vreemdeling is niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een inhoudelijke motivering.