ECLI:NL:RVS:2023:3471
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- E.A. Minderhoud
- J. Schipper-Spanninga
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank over ontheffing doden vos ter bescherming weidevogels
Het college van gedeputeerde staten van Zuid-Holland verleende aan de Faunabeheereenheid een ontheffing op grond van de Wet natuurbescherming voor het doden van vossen, inclusief afwijkend gebruik van geweer en hulpmiddelen in de nacht, ter bescherming van broedende weidevogels. De rechtbank vernietigde deze ontheffing omdat het college onvoldoende had gemotiveerd waarom de ontheffing noodzakelijk was bovenop de landelijke vrijstelling en het effect op bodembroeders niet inzichtelijk was.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelt dat de rechtbank ten onrechte het advies van Mulder buiten beschouwing liet en dat het college wel voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat er geen andere bevredigende oplossing is dan het doden van de vos. De ontheffing is nodig voor de bescherming van kwetsbare weidevogels, ondanks dat het faunabeheerplan niet streeft naar een blijvende verlaging van de vossenpopulatie.
De Afdeling stelt dat het college bij de verlening van de ontheffing voldoende heeft gemotiveerd waarom deze noodzakelijk is, verwijzend naar het faunabeheerplan, deskundigenadvies en een brief van Vogelbescherming Nederland. De Afdeling vernietigt het vonnis van de rechtbank en verklaart het beroep van de stichtingen ongegrond, waardoor de ontheffing in stand blijft.
Uitkomst: De ontheffing voor het doden van vossen ter bescherming van weidevogels blijft in stand; het beroep van de stichtingen wordt ongegrond verklaard.