ECLI:NL:RVS:2023:3337
Raad van State
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing hoger beroep tegen ongewenstverklaring vreemdeling door staatssecretaris
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft de vreemdeling bij besluit van 10 september 2021 ongewenst verklaard. De vreemdeling maakte bezwaar tegen dit besluit, dat op 4 oktober 2022 ongegrond werd verklaard. Vervolgens stelde de vreemdeling beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 12 juli 2023 het beroep ongegrond verklaarde.
De vreemdeling stelde hiertegen hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en verzocht tevens om een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter oordeelde dat het hogerberoepschrift geen nieuwe vragen bevatte die beantwoord moesten worden in het belang van rechtseenheid, rechtsontwikkeling of rechtsbescherming.
Daarom werd het hoger beroep niet inhoudelijk behandeld en werd het eerdere oordeel bevestigd. De voorzieningenrechter wees het verzoek om een voorlopige voorziening af en liet het besluit van de staatssecretaris ongewijzigd.
Uitkomst: Het hoger beroep van de vreemdeling tegen de ongewenstverklaring is ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening is afgewezen.