ECLI:NL:RVS:2023:3282
Raad van State
- Hoger beroep
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitvoering vernietiging besluit verblijfsvergunning
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 20 november 2020 de aanvraag van een vreemdeling voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd af. Na een bezwaarprocedure bleef het besluit gehandhaafd. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond, vernietigde het besluit en bepaalde dat de staatssecretaris een nieuw besluit moet nemen.
De staatssecretaris stelde hiertegen hoger beroep in bij de Raad van State en verzocht tevens om een voorlopige voorziening om uitvoering van de rechtbankuitspraak op te schorten. De vreemdeling gaf een schriftelijke reactie op dit verzoek.
De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat de belangen van partijen zodanig zijn dat de voorlopige voorziening wordt toegewezen. Hierdoor hoeft de staatssecretaris de uitspraak van de rechtbank niet uit te voeren totdat het hoger beroep is afgerond. Proceskosten worden niet toegewezen.
Uitkomst: De staatssecretaris hoeft de uitspraak van de rechtbank niet uit te voeren totdat het hoger beroep is beslist.