ECLI:NL:RVS:2023:3223
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- J. Hoekstra
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep tegen besluit handhaving rubbergranulaat kunstgrasvelden
De Stichting InStrepitus verzocht het college van gedeputeerde staten van Zuid-Holland om handhavend op te treden tegen het gebruik van rubbergranulaat als infill-materiaal op kunstgrasvelden van voetbalverenigingen in Katwijk. Na doorzending van het verzoek aan het college van burgemeester en wethouders van Katwijk en meerdere procedures wegens niet tijdig genomen besluiten, wees het college van gedeputeerde staten het handhavingsverzoek af bij besluit van 1 december 2022.
De Stichting maakte bezwaar, maar het college van gedeputeerde staten zond het bezwaar door aan de Afdeling bestuursrechtspraak als beroepschrift. De Afdeling oordeelde dat het besluit van 1 december 2022 niet als een besluit op bezwaar kan worden aangemerkt, omdat het geen heroverweging bevatte, geen oordeel gaf over de rechtmatigheid van de eerdere brief, en de Stichting niet conform de Awb is gehoord. Hierdoor is het beroep niet-ontvankelijk.
De Afdeling veroordeelde het college van gedeputeerde staten tot vergoeding van de proceskosten van de Stichting en tot betaling van het griffierecht, omdat het bezwaar ten onrechte werd doorgezonden, wat onnodige kosten veroorzaakte. Tevens werd een beperkte vergoeding voor reiskosten toegekend. De uitspraak bevestigt het belang van correcte procedurele behandeling van bezwaarschriften en de noodzaak van een deugdelijke besluitvorming.
Uitkomst: Het beroep van Stichting InStrepitus is niet-ontvankelijk verklaard en het college van gedeputeerde staten is veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.