ECLI:NL:RVS:2023:3108
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Sevenster
- J.Th. Drop
- D.A. Verburg
- Rechtspraak.nl
Vaststelling afwijzing machtiging voorlopig verblijf en vergoeding wegens termijnoverschrijding
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft aanvragen van drie Eritrese vreemdelingen om een machtiging tot voorlopig verblijf afgewezen vanwege onvoldoende aannemelijkheid van familierechtelijke relaties en ontbrekende toestemmingsverklaringen. De rechtbank had de besluiten vernietigd en de staatssecretaris opgedragen DNA-onderzoek aan te bieden in Eritrea in samenwerking met een andere EU-lidstaat.
De Raad van State oordeelt dat de staatssecretaris niet verplicht is DNA-onderzoek via een andere EU-lidstaat te faciliteren en dat het aanbieden van DNA-onderzoek op de Nederlandse ambassade in Addis Abeba voldoende is. De rechtbank had onvoldoende rekening gehouden met de beperkingen van de staatssecretaris en de omstandigheden van de vreemdelingen.
Verder is vastgesteld dat de redelijke termijn van vier jaar voor de gehele procedure met anderhalf jaar is overschreden, wat volledig aan de staatssecretaris kan worden toegerekend. Daarom wordt een immateriële schadevergoeding van €1.500 toegekend aan de vreemdelingen.
De uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd, de beroepen worden ongegrond verklaard en de staatssecretaris wordt veroordeeld tot betaling van de schadevergoeding. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep van de staatssecretaris wordt toegewezen, de beroepen worden ongegrond verklaard en een schadevergoeding van €1.500 wordt toegekend wegens overschrijding van de redelijke termijn.