ECLI:NL:RVS:2023:3093
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak rechtbank over niet-ontvankelijkheid bezwaar tegen feitelijke overdracht vreemdeling
De vreemdeling maakte bezwaar tegen de kennisgeving van haar voorgenomen feitelijke overdracht aan een derde persoon. De staatssecretaris verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk en wees het verzoek om vergoeding van de kosten af. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond.
De vreemdeling stelde in hoger beroep dat de kostenvergoeding onterecht werd afgewezen omdat de feitelijke overdracht niet doorging. De Raad van State oordeelt dat de staatssecretaris niet gehouden was het besluit te herroepen, omdat de vreemdeling weigerde mee te werken aan een noodzakelijke coronatest, wat een geldige reden was voor het niet doorgaan van de overdracht.
Het hoger beroep bevat geen vragen die van belang zijn voor rechtseenheid, rechtsontwikkeling of rechtsbescherming en wordt daarom ongegrond verklaard. De uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd en de staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.