ECLI:NL:RVS:2023:299
Raad van State
- Hoger beroep
- B.P.M. van Ravels
- Rechtspraak.nl
Bevestiging besluit CBR tot ongeldigverklaring rijbewijs na niet-afleggen rijtest wegens gezondheidsrisico's
Appellant heeft medio augustus 2018 een hersenberoerte gehad en diende een gezondheidsverklaring in bij het CBR. Het CBR nodigde hem meerdere malen uit voor een rijtest, die vanwege coronamaatregelen werd uitgesteld. Appellant vroeg uitstel van de test wegens gezondheidsrisico's, maar het CBR reageerde niet en verklaarde uiteindelijk dat het geen besluit kon nemen over zijn rijgeschiktheid omdat niet alle stappen waren doorlopen.
Na diverse besluiten en bezwaarprocedures, waaronder het opleggen van een onderzoek en het ongeldig verklaren van het rijbewijs wegens het niet afleggen van de rijtest, verklaarde de rechtbank de beroepen van appellant ongegrond. Appellant stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het CBR terecht het besluit nam geen verklaring van geschiktheid af te geven omdat appellant de verplichte rijtest niet aflegde. Het CBR gaf voldoende uitstel en handhaafde het besluit binnen het kader van de Wegenverkeerswet en het Reglement rijbewijzen. Het verzoek om schadevergoeding wegens vermeend misbruik van bevoegdheid werd afgewezen. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd; het rijbewijs blijft ongeldig verklaard.