ECLI:NL:RVS:2023:2976
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging handhaving dierenverhuur in strijd met bestemmingsplan ondanks beroep op vertrouwensbeginsel
Het college van burgemeester en wethouders van West Maas en Waal legde op 31 december 2018 een last onder dwangsom op aan [appellant A] wegens het verhuren van dieren in strijd met het bestemmingsplan. [appellant A] exploiteert een bedrijf dat diverse dieren verhuurt voor evenementen en activiteiten op locatie en op haar boerderij.
Na bezwaar en beroep verklaarde de rechtbank het handhavingsbesluit terecht en vernietigde het invorderingsbesluit wegens een hoorrechtsschending, maar handhaafde de rechtsgevolgen. In hoger beroep betoogde [appellant A] dat het college had toegezegd niet handhavend op te treden als zij tijdig een ontwerpbestemmingsplan zou indienen, en dat het handhavend optreden onevenredig was gezien haar bedrijfsbelangen.
De Raad van State oordeelt dat geen sprake is van een gerechtvaardigd beroep op het vertrouwensbeginsel omdat geen toezegging is gedaan dat handhaving zou worden achterwege gelaten. Ook is het handhavend optreden niet onevenredig, mede omdat de overtreding voortduurt en het belang van de omgeving en het algemeen belang zwaarder wegen. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het handhavingsbesluit bevestigd.