ECLI:NL:RVS:2023:2960
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke handhaving omgevingsvergunning bouwwerk Zeewolde
Het college van burgemeester en wethouders van Zeewolde stelde bij besluit van 4 maart 2021 vast dat appellanten een bouwwerk hadden gebouwd zonder de vereiste omgevingsvergunning en legde een last onder dwangsom op om de overtreding te beëindigen.
Appellanten voerden in bezwaar en beroep aan dat zij mochten vertrouwen op toezeggingen van een toezichthouder dat het bouwwerk vergunningvrij gebouwd kon worden en dat handhaving onevenredig was. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en bevestigde het collegebesluit.
In hoger beroep oordeelde de Afdeling bestuursrechtspraak dat appellanten onvoldoende aannemelijk hadden gemaakt dat sprake was van een toezegging met een concrete termijn waarbinnen het college zou reageren. Ook was de overtreding niet gering, omdat de bouwhoogte ruim werd overschreden. Het beroep op het vertrouwensbeginsel en onevenredigheid faalde.
Tevens werd het beroep tegen het invorderingsbesluit van de verbeurde dwangsommen ongegrond verklaard, omdat geen opschorting of uitstel was toegezegd. De Afdeling bevestigde daarmee de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het hoger beroep ongegrond.
Uitkomst: Het hoger beroep tegen de handhaving en de invordering van dwangsommen wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.